Opgroeien in een timmerfamilie
Harry werd geboren in 1941, midden in de oorlog, en groeide op in een timmerfamilie. Als kind rommelde hij al met stukjes hout in de werkplaats van zijn vader en oom. “Ik ben eigenlijk altijd met hout bezig geweest. In die tijd was hout heel schaars, dus ieder stukje resthout werd bewaard. Van dat resthout knipte ik stukjes op maat en gaf ze aan mijn oom, die kolenboer was.” Zijn fascinatie voor hout begon daar – en is eigenlijk nooit meer weggegaan.
Van handmatig naar elektrisch
In de begintijd werd er bij Akerboombouw nog puur met de hand gewerkt. Elektrisch gereedschap was volgens oom Ko uit den boze: alleen wie zonder hulpstukken kon zagen en boren, werd een échte timmerman. Maar Harry en zijn broers zagen hoe de wereld veranderde. “Waarom zouden wij er een uur over doen als een ander het in 20 minuten redt?” Ze mochten uiteindelijk een elektrische boor gebruiken – maar slechts één dag, en daarna moest hij weer keurig worden ingeleverd bij oom Ko op kantoor.
Harry en zijn broers waren eigenwijs en haalden de boor eruit en stopten er een baksteen in. Toen een kennis van oom Ko de boor wilde lenen, kreeg hij dus een doos met steen mee. “Toen Ko ontdekte wat we gedaan hadden, moesten we een paar dagen uit zijn buurt blijven – maar daarna zei hij: ‘Gebruik die boor voortaan maar gewoon.’” Het markeerde een omslagpunt: vanaf dat moment gingen traditie en moderne middelen hand in hand.
Tekenwerk in plaats van timmerwerk
Harry wilde eigenlijk graag timmeren, maar hij was linkshandig, dus van zijn vader moest hij naar school. Hierdoor eindigde hij uiteindelijk achter de tekentafel. Hij volgde de opleiding bouwkunde bij HTS in Den Haag. Daar ontdekte hij dat tekenen hem beter lag dan hij dacht. In zijn loopbaan ontwierp hij ruim 130 woningen – en dan zijn de honderden kleinere tekenklussen nog niet eens meegeteld. Alles maatwerk. “Mijn vader zei: teken maar een huis, en dan ga je het bouwen. Dan leer je vanzelf wat je fout hebt gedaan.”
Eén van zijn mooiste opdrachten? Een vakantiewoning in Frankrijk voor een architect die jarenlang over de hele wereld voor Nederlandse ambassades verbouwde, maar zijn eigen zomerhuis maar niet rond kreeg. “Toen heb ik de boel voor hem uitgetekend. En zijn we naar Frankrijk gegaan om alles neer te zetten. Dat was een mooie klus.”
Een familiebedrijf met 3 kapiteins
In 1975 namen Harry en zijn 2 broers het bedrijf officieel over. Geen vanzelfsprekende stap, maar wel een bewuste. Iedere broer had zijn eigen rol. Harry tekende, Mart stuurde de grote projecten aan en Ton deed de administratie.
Hun kracht? Eerlijkheid en respect. “Als we het ergens niet over eens waren, dan bespraken we dat later onderling. Nooit in het bijzijn van klanten of andere mensen. Dat werkte 25 jaar lang.”
Nieuwe generatie, dezelfde mentaliteit
Toen de 3 broers ouder werden, kwam de vraag: wie neemt het stokje over? Zoon Peter zijn interesse groeide. Uiteindelijk stapte hij in, kocht een deel van de aandelen en begon aan zijn eigen pad binnen Akerboombouw.
Later volgde ook Eric, de schoonzoon van Harry. Dat bleek een gouden zet. “Hij heeft het goed te pakken gekregen. En ik heb hem geholpen met meten en timmeren. Zo leerde hij het vak, zoals het hoort: in de praktijk.”
Zelf is Harry inmiddels met pensioen, maar hij is nog geregeld in de werkplaats te vinden. Niet om zich met de bedrijfsvoering te bemoeien – integendeel. “Als er iets misgaat hoor je mij niet. Dat is niet meer aan mij.” Wat hij wel doet? Timmeren, en dan vooral houtdraaien. “Eigenlijk weer zoals vroeger. Nu kan ik eindelijk doen wat ik altijd het liefste deed” lacht hij.
Op naar de 100 jaar
Vandaag de dag staat Akerboombouw nog steeds stevig, met Peter en Eric aan het roer, en het ambacht nog altijd centraal. De eigen timmerfabriek, maatwerkprojecten en een team van betrokken vakmannen zorgen ervoor dat de familietraditie levend blijft.
In 2031 is Akerboombouw 100 jaar. Harry hoopt dat moment nog mee te mogen maken. Want dat is een moment dat je niet wilt missen!